Koop lokaal, koop duurzaam en koop bewust: tijdloze en unieke stuks voor kleine helden!

Les Grandes Héroïnes: Charlotte

Les Grandes Héroïnes:  Charlotte

Nooit meer alleen

 

Over taboe & de peutertijd


Nooit meer alleen: aan wat denk je, als je deze zin hoort?
Nooit meer eenzaam? Of nooit meer écht tijd voor jezelf?


Een kind krijgen, is nooit meer alleen zijn.


Je mag het niet zeggen. Het maakt je een slechte mama of een raar mens, maar ja, ik was ongewenst
zwanger. Ongepland en ongewenst. Ik was niet blij tijdens mijn zwangerschap. Ik had voordien nooit
een connectie gehad met kinderen en voelde me vaak ongemakkelijk in hun buurt. Ik hield (nog steeds
hoor) enorm van dieren, maar had geen band met kinderen. Toen wij er dus zélf eentje verwachtten,
zag ik het niet rooskleurig. Ik was bang dat ik geen band zou hebben met m’n eigen baby, dat ik geen
liefde of verbondenheid zou voelen …

 

 Gelukkig bleek het omgekeerde. Vanaf ongeveer twintig minuten na de bevalling   voelde ik een enorme verbondenheid met Achilles die in m’n armen lag. De       liefde, bezorgdheid en vreugde die ik voel voor mijn kind kan ik letterlijk met   niets anders vergelijken. Ik zei altijd ‘als ik hem even graag zie als Wilson

 (onze zalige hond), zal ik al heel blij zijn’. Achteraf gezien klinkt dit ongepast,   want de hartstocht voor Wilson is misschien één honderdste dan die voor   Achilles.  En ik hou héél veel van  Wilson! Ik voel meer genegenheid voor mijn   kind dan voor eender wie op deze planeet.
 Dus, voor al de onverwachte in-minder-blijde-verwachters: ik hoop dat het ook   bij jou goed komt!

 

 

Peutertijd

De babytijd is heel anders dan de periode waarin wij ons nu bevinden: ‘the terrible twos’. Een baby
blijft ter plekke en je knuffelt bijna heel de dag door. Hij heeft je écht nodig en je kan best op heel wat
plaatsen komen met de buggy: meestal slaapt je kindje. De peutertijd is andere koek. En, voor mij
persoonlijk, moeilijker.
Achilles is nu 2 jaar en 1 maand en nog steeds vind ik het zwaar dat je continu verantwoordelijk bent
voor een ander leven. Soms lijkt het alsof ik het moederschap nog steeds niet helemaal gewend ben.
Ergens is dit logisch. Ik leef namelijk al 29 jaar zonder kind en nog maar 2 jaar mét een kind.


Zoals je na een paar weken ouderschap gaat nadenken over wanneer je baby mee te nemen en
wanneer niet, blijft het nu ook wikken en wegen: wat doen we mét ons kindje en wat zonder? Er is
veel dat je moet laten en plannen. Een volledig spontane dag, doen wat je wilt, zit er niet in met een
peuter. Fancy gaan eten met het hele gezin, hond én kind, is onplezierig, zelfs ergerlijk. Daarvoor zit er
iets te veel bedrijvigheid in ons kleine ventje. Maar misschien gaat dit met jouw gezin wel?


Als ik bij mijn kind ben, wil ik 100% op hem gefocust zijn, daarom vind ik het cruciaal om me-time af
te wisselen met family-time. Als je er nood aan hebt, doe je iets zonder je kind en ga je bijvoorbeeld
langs bij je vriendinnen. Je kan bijpraten en genieten van de ‘me-without-baby’ time. Meestal - en
gelukkig - heb ik de nood om samen te zijn met mijn gezin, zelfs als onze tijd samen chaotisch verloopt.
Er is geen fijner gevoel dan Achilles te zien lachen en spelen, zich amuseren en vrolijk zien rond te
lopen. Voor de kinderloze dierenvrienden: een beetje te vergelijken met de blijdschap die je voelt
wanneer je jouw viervoeter ziet spelen met andere honden op de hondenweide. Instant happiness.


Dit wikken en wegen geldt ook voor de compromissen die je sluit met je peuter, vind ik. Geven en
nemen. Toen ik zwanger was, dacht ik ‘ik ga een strenge moeder zijn, mijn kind moet luisteren.’ Blijkt
dat ik volslagen anders ben. Als Achilles één keer boos kijkt of lacht met mijn ernstige blik, moet ik mijn
lach inhouden. En dat heeft hij direct door.


Hij kan van het minste een drama maken en plots boos worden of droevig zijn, gewoon omdat hij zijn
gevoelens niet kan uiten in gesproken taal. Meestal gebeurt dit als hij net thuis komt van de crèche of
van een dagje bij oma en opa. Het lijkt alsof hij opnieuw volledig zichzelf kan zijn en zich dan helemaal
laat gaan. Wij zijn daar de dupe van. Ik heb geleerd dit te aanvaarden en hem even tijd te gunnen en
te laten bekomen. Ik snap hem. Ik kan zelf ook droevig of boos zijn, maar wij -volwassenen- hebben
geleerd dit weg te stoppen. Op te kroppen. Dat wil ik niet voor Achilles. Ik wil dat hij weet dat hij mij al
zijn emoties en gevoelens mag tonen, wat deze ook zijn. Zolang het veilig blijft voor hem natuurlijk en
hij ons of zichzelf niet bezeert.


Wat werkt er dus voor ons? Bemiddelen, schikken, een middenweg zoeken. Ik laat onze peuter af en
toe zélf kiezen, geef hem taakjes en verantwoordelijkheid. Dan voelt hij zich gehoord en begrepen. Ik
laat hem voelen wat hij voelt. En als het nodig is, leg ik uit hoe ik me zélf voel als mama. Het kan
bijvoorbeeld gebeuren dat je je eigen grenzen overschrijdt en achteraf spijt hebt van je reactie. Fouten
maken is menselijk. Ik wil dit ook leren aan m’n kind, door mezelf te durven excuseren tegenover hem.
Ookal is hij nog maar twee jaar.


Zo werd ik onlangs erg boos en had luid geroepen, dicht bij zijn gezichtje. Ik vroeg vijf keer om te
stoppen met mij te krabben en hij deed het een 6e keer. Ik heb geleerd mezelf niet meer voor uren
lang schuldig te voelen, maar dit met hem te delen: ‘Sorry, lieve schat, mama is erg moe en had even
geen geduld meer. Mama heeft ook gevoelens en het was even te veel. Sorry’ (en een dikke knuffel).
Andersom geldt uiteraard hetzelfde: ik wil dat hij ook sorry leert zeggen aan anderen.


Tot slot een paar concrete tips voor peuter-ouders, die ons alvast hielpen:
Niet: ‘we gaan NU déze jas aan doen’. Wél: ‘welke jas zou je graag aantrekken?’
Dit kan het verschil maken tussen een driftbui en superfier de jas aan te doen die hij zélf heeft mogen
kiezen.
Niet: ‘blijf uit die kast!’ Wél: ‘laat je mij eens zien hoe je heel zacht die kastdeur kan dicht doen?’
Niet: ‘we gaan nu slapen.’ Wél: ‘is het goed als we een boekje gaan lezen boven? En nadien kan Achillie
lekker dodo doen in zijn bedje.’
Niet: ‘stop met stiften rondgooien.’ (als ik zoiets vraag, doet hij het alleen maar meer). Wél: ‘zullen
Achilles en mama samen opruimen?’ Je geeft een taak. Dus je geeft hem verantwoordelijkheid die hij
bovendien met zijn mama mag uitoefenen. Plots vindt hij het zelfs fijn om op te ruimen.


Uiteraard is elk kindje anders. Als jouw peuter geen drama maakt van naar zijn of haar bedje te gaan,
prima. Voor wat moeilijk loopt is het wel fijn een stok (lees: trucje) achter de deur te hebben. Elke
ouder moet doen waar hij of zij zich goed bij voelt. Uiteindelijk ken jij jouw kindje het beste en ben jij
expert in het opvoeden en omgaan met jouw peuter.


Wat mij als mama ook hielp was: ‘Mild Ouderschap’. Een boek geschreven door Nina Mouton.

 

Wij slaan cookies op om onze website te verbeteren. Bent u akkoord? Ja Nee Meer over cookies »